|
rie van mijn vier buxushagen hebben de mot overleefd. De vierde heb ik vorig voorjaar met pijn in het hart gerooid en vervangen door taxus, maar dat is een ander verhaal. Wat overbleef is een achtertuin in Ussen die overdag precies is wat ik wil: lage strakke hagen, grind ertussen, een paar hortensia’s die nu, half oktober, langzaam bruinroze verkleuren. Alleen zag je er ’s avonds niets meer van. Vanaf zeven uur was het een zwart vlak achter de schuifpui. Een verlengkabel dwars door de borderHelemaal achterin, tegen de schutting, staan een houten bank en een oude stenen tafel. Daar wilde ik al jaren een buitenstopcontact. Voor de heggenschaar, voor een lampje op tafel als we er met de buren een glas drinken. Tot nu toe ging dat met een oranje verlengkabel die over het gras en door de border liep, met de stekkerdoos op een tegel zodat hij niet in de natte aarde stond. Thuis heette dat ding de struikelslinger. Terecht, want ik ben er zelf twee keer over gegaan. Mijn plan was simpel. Zelf een geul trekken langs het pad, kabel erin, klaar. Eind september ben ik gaan graven, en na een meter of vier zat ik met mijn schop tussen de wortels van de oudste haag. Daar ben ik gestopt. Een haag van vijfentwintig jaar oud vernielen voor een stopcontact leek me een slechte ruil. Dieper dan een schopEen kennis van de volkstuin gaf me het nummer van een elektricien Oss die vaker in tuinen werkt. Op een grijze dinsdagochtend stond hij met een meetlint tussen mijn hagen en schudde vriendelijk zijn hoofd bij mijn geul. Veel te ondiep, zei hij. Een grondkabel hoort zo’n zestig centimeter diep, onder de diepte waarmee je ooit gaat spitten of een plant uitgraaft, met een waarschuwingslint erboven zodat de volgende die gaat graven weet wat hij tegenkomt. Onder het grindpad legde hij een mantelbuis, zodat de kabel er later nog uit kan zonder dat de hele tuin open moet. De route ging niet langs de haag maar langs de rand van het pad, met een flauwe bocht om de wortels heen. Binnen in de meterkast kwam een aparte groep voor de tuin, met een eigen aardlekschakelaar. Dat had ik zelf nooit bedacht. Buiten is altijd wel ergens vocht, en als er ooit water in een lamp of contactdoos kruipt, slaat die schakelaar af voordat iemand er last van heeft. Het stopcontact zelf zit op een paaltje, een halve meter boven de grond, met een klepje ervoor. Wat licht ’s nachts met een haag doetMijn eerste idee voor de verlichting was achteraf gezien lelijk. Felle grondspots die van onderen in de buxus schijnen, koud wit, alsof het een parkeerplaats was. De elektricien Oss vroeg me of ik de hagen wilde verlichten of de tuin. Bovendien vertelde een hovenier die bij ons in de straat werkte me later dat de buxusmot een nachtvlinder is die op licht afkomt. Of een paar lampjes in een woonwijk echt verschil maken weet ik niet, maar ik wilde ze in elk geval niet de hele nacht naar mijn hagen lokken. Het zijn uiteindelijk vijf lage paaltjeslampen geworden met warm, gedempt licht, die naar beneden op het grind schijnen. Het licht strijkt net langs de zijkant van de hagen, zodat je de vorm ziet zonder dat het blad zelf fel oplicht. Een tijdschakelaar in de meterkast zet alles om half elf uit. Daarna is de tuin weer donker, zoals hij hoort. Afgelopen zondag was het droog en elf graden. Na een rondje fietsen door Herperduin zaten we met de buren tot een uur of negen aan de stenen tafel, met een lampje op het nieuwe stopcontact en dikke truien aan. Vanuit de keuken zie je nu de hagen als zachte lijnen in het donker liggen, alsof iemand ze met krijt op de tuin heeft getekend. Om half elf klikt de tijdschakelaar, gaan de lampjes uit en is de tuin weer van de egels. |
